Van wandelen tot puzzelen: wat helpt jou om op te laden
Een regenachtige vrijdagmiddag, begin september. De ‘r’ zit weer in de maand. De dagen worden langzaam korter en we gaan weer wat meer naar binnen.
Na drie coachgesprekken vandaag heb ik vanmiddag mijn administratie gedaan. En nu is het weekend. Tijd om de laptop dicht te doen en te ontspannen. Een mooie aanleiding om eens stil te staan bij actieve en inactieve ontspanning.
Vertragen en letterlijk stilstaan
Gisteren had ik een coachgesprek over onthaasten. Over vertragen. Over letterlijk stilstaan.
Halverwege het gesprek keken we elkaar aan en dachten we eigenlijk hetzelfde: we kunnen ook wel even een frisse neus gebruiken. Dus jas aan en naar buiten.
Een uur wandelen, praten en ondertussen genieten van de buitenlucht. Het miezerde, maar dat maakte eigenlijk helemaal niet uit. Bij terugkomst voelden we ons allebei een stuk frisser.
Dat is voor mij actieve ontspanning.

Vandaag kies ik voor iets heel anders. Ik heb de afgelopen tijd puzzelen herontdekt. Gewoon de ouderwetse puzzel.
In plaats van ’s avonds de televisie aan te zetten, zit ik nu regelmatig aan tafel met een puzzel. Stukje voor stukje. Zonder haast. De hond ligt naast me en soms schuift gezellig één van mijn dochters aan.
Dat is voor mij inactieve ontspanning.
Wat heb jij nodig?
Juist die afwisseling is interessant als het gaat over overprikkeld en onderprikkeld zijn.
Het is een thema dat ik de laatste tijd steeds vaker tegenkom in mijn praktijk.
Ben je overprikkeld, dan kan het prettig zijn om juist minder prikkels op te zoeken. Een puzzel, een boek, muziek of even helemaal niets.
Ben je onderprikkeld, dan kan juist bewegen, naar buiten gaan, mensen opzoeken of iets ondernemen helpen om weer wat energie te voelen.
Er is dus niet één manier om te ontspannen. Wat je nodig hebt, kan zelfs per dag of per uur verschillen. De ene dag wil je naar buiten en bewegen. De andere dag wil je juist lekker binnen zitten en puzzelen.
Misschien is de vraag daarom niet alleen:
“Hoe ontspan ik?”
Maar ook:
“Wat heb ik op dit moment nodig?”
Meer prikkels? Of juist minder?
Ik weet in ieder geval wat ik vanmiddag nodig heb.
Een puzzel. Een kop thee. Fijn weekend!





Opmerkingen